














 |
|
Tussen 1792 en 1797 lieten Wolfgang-Guillaume, derde hertog
d'Ursel, en zijn echtgenote Flore d’Arenberg dit opmerkelijke
paviljoen aan de Scheldedijk bouwen.
Het paviljoen deed niet alleen dienst als
belvedère met hertogelijke
ontvangstsalons, er bevond zich eveneens een woning voor de
schippersfamilie en een herberg voor het volk.
Voor het ontwerp van dit neoclassicistische paviljoen deed
Wolfgang-Guillaume d'Ursel een beroep op de internationaal
vermaarde Franse hofarchitect Charles De Wailly (1730-1798). . Ook de lokale uitvoerders
en kunstenaars hadden een uitstekende reputatie en werkten mee aan
vele andere monumentale gebouwen.
Het unieke karakter van De Notelaer komt vooral voort uit zijn
ongewone ligging tegen de dijk, waardoor het paviljoen aan de
landzijde anderhalve verdieping meer telt dan aan de kant van de
Schelde.
Het gebouw bestaat uit twee in elkaar geschoven volumes: het ene,
aan de rivierzijde, met een achthoekig grondplan en het gedeelte
aan de tuinzijde met een rechthoekig grondplan. De gevels
charmeren door hun harmonieuze proporties en vooral door het
gebruik van een grote variëteit aan bouwmaterialen die zorgen voor
een veelkleurig geheel.
De onderbouw was bestemd als veermanswoning en herberg, in de
bel-etage is een "salon à l’italienne" ondergebracht geflankeerd
door twee kabinetten.
De plafond- en muurschilderingen van Antoine Plateau ((1759-1815),
de reflectie van het landschap in de hoge spiegels en de prachtige
parketvloer maken van het salon een betoverend geheel.
In de boogvelden boven de 5 ramen van het octogonale salon (Scheldegevel)
bracht de Brusselse beeldhouwer François-Joseph Janssens
(1744-1816) bas-reliëfs aan in stuc, die de Schelde en haar
bijrivieren voorstellen.
In onbruik geraakt en geteisterd door o.a. de overstroming van
1953 werd De Notelaer van het definitieve verval gered door de
tweede eigenaar, de familie Camu. In die periode was het een echt
kunstenaarstrefpunt en werd het bezocht door vooraanstaande
personen waaronder de huidige koning Albert II en de koningin.
Ook toen de derde eigenaar, kunstenaar Vic Gentils, het paviljoen
bewoonde (1970–1983), behield De Notelaer zijn aantrekkingskracht.
Vervolgens kocht het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De
Notelaer en zocht een zinvolle bestemming voor deze parel aan de
Schelde. De vzw De Notelaer (1984) werd geboren en het gebouw werd
opengesteld voor het publiek.
Sinds 1999 is het gebouw in erfpacht gegeven aan Erfgoed
Vlaanderen.
De werking blijft gerealiseerd door de vzw De Notelaer. |
|








|
|