














 |
|
Tussen 1791 en 1794 liet Wolfgang-Guillaume, derde hertog d'Ursel, dit
opmerkelijke paviljoen aan de Scheldedijk bouwen.
Het paviljoen of
belvédère was bestemd als schuil- of rustplaats op de wandeling en vormde
het kader voor een adellijk diner of gezelschapsspel in beperkte
kring.
De Notelaer was door zijn ligging ook een geschikte uitvalsbasis voor de
jacht in de buitendijkse schorren.
Voor het ontwerp van dit belvédère deed Wolfgang-Guillaume d'Ursel een
beroep op de Franse architect Charles De Wailly (1730-1798), die ook
betrokken was bij de uitbouw van het Koninklijk domein van
Laken.
De Notelaer is een prachtig staaltje van de zogenaamde "architecture
parlante" of metaforische architectuur.
Het unieke karakter van De Notelaer komt vooral voort uit zijn ongewone
ligging tegen de dijk, waardoor het paviljoen aan de parkzijde
anderhalve verdieping meer telt dan aan de kant van de Schelde.
Het gebouw bestaat uit twee in elkaar geschoven volumes: het ene, aan de
rivierzijde, met een achthoekig grondplan en het gedeelte aan de
tuinzijde met een rechthoekig grondplan. De gevels charmeren door
hun harmonieuze proporties en vooral door het gebruik van een grote
variëteit aan bouwmaterialen die zorgen voor een veelkleurig
geheel.
De onderbouw was bestemd
als een conciërgewoning, in de bel-etage is een "salon à l’italienne"
ondergebracht geflankeerd door twee kabinetten.
De plafond- en muurschilderingen van Antoine Platteau, de reflectie van
het landschap in de hoge spiegels en de prachtige parketvloer maken van
het salon een betoverend geheel.
In
de boogvelden boven de 5 ramen van het octogonale salon (dijkgevel) zijn
bas-reliëfs aangebracht in stuc, die de Schelde en haar bijrivieren
voorstellen.
In onbruik geraakt en
geteisterd o.a. door de overstroming van 1953 werd De Notelaer van het
definitieve verval gered door de tweede eigenaar, de familie Camu.
In
die periode was het een echt kunstenaarstrefpunt en werd het bezocht
door vooraanstaande
personen waaronder de huidige koning Albert II en de koningin.
Ook toen de derde eigenaar, kunstenaar Vic Gentils, het paviljoen
bewoonde (1970–1983), behield De Notelaer zijn aantrekkingskracht.
Vervolgens
kocht het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De Notelaer en zocht een
zinvolle bestemming voor deze parel aan de Schelde. De vzw De
Notelaer (1984) werd geboren en het gebouw werd opengesteld voor het publiek.
Sinds 1999 is het gebouw in erfpacht gegeven aan Erfgoed
Vlaanderen.
De werking blijft gerealiseerd door de vzw De Notelaer.
|
|








|
|