De Scheldedijken

Here God van hemelrijken,
Schoner dingen dan de dijken,
Schoner dan de Schelde, prijken
Onder heel de hemel niet!
Edel-bomen, hooggeboren
Om in hemelgloed te gloren,
Om ’t gewicht ervan te schoren,
Schoonheid-torsend heerlijk diet!
Notelaren, hier gerezen
Als apostels uitgelezen
Om de schoonheid – nooit volprezen –
Te vermelden van uw God!
Smijt ter kruinen uit akkoorden,
Luid gelijk apostelwoorden,
Dreunend langs de Scheldeboorden :
Looft de Heer : het is uw lot!
En mijn lot is God te prijzen,
Naar diens schoonheid hen te wijzen
Waar ‘k geschapen schoon zie rijzen :
Spiegel ongewordener pracht.
Schoonheid door de wereld dragen
Wil ik al mijn levensdagen!
Sterke bomen, wilt me schragen :
Soms is schoonheid zulk een vracht!
‘k Voel uw kracht, o notelaren,
Kloekgestamde, door me varen,
En de brede prachtgebaren
Van uw takken zijn in mij!
Mocht mijn wezen ooit verslappen
Laat mij dan van uwe sappen
Van uw levenskrachten tappen
Bomen, gij, van sterven vrij!

 Jan Hammenecker
 'Voor een ziel’