De Schelde
(Fragmenten)
Nu zacht, dan ruw, zijt gij, soms vredig
of niet in te tomen
Noordse Schelde – bleke golven, groene zomen –
Van wind en zon de baan,
Waar steigert soms de zwarte hengst van den orkaan,
Waar wit de winter op uw scherpe schotsen ligt
En zomer glanst in ’t goud van ’t spranklend schitterlicht,
Dat d’armen van uw snelle stroming in beweging slaan…
De heerlijkste gedachten
Die ’t voorhoofd aan ’t gloeien brachten,
Heb ik van u gewonnen :
D’oneindigheid der ruimte, de diepe horizonnen,
Het ritme van de tijd en van zijn uren, wel gemeten
Aan uwer tijen gaan en komen,
Kwam ik in uwe grootheid toen te weten…
Uw golven hebben hunne ritmen door mijn vers gedreven,
Gij hebt mijn lijf gekneed, mijn ziel verheven ;
Uw stormen, winden, sterke stromen, vlammenbogen
Zijn door mijn vlees als door een zeef getogen.
Als staal gesmeed wordt, hebt gij mij gehard,
Mijn wezen hoort u toe,
En als mijn stem u noemt, grijpt mij naar ’t hart
Ontroering plots en hevig en snoert de keel mij toe…
Emile Verhaeren
Vertaling : René Verbeeck
‘Tout
la Flandre – Les Heros’